"Dat was precies wat hij graag wilde: Méédoen"

Amina en Basher
"Ik ben Amina. Ik kom uit Somalië, ik woon nu in Harderwijk. Wie ben jij? Hoeveel jaar ben jij?” De jonge Somalische vrouw somt op wat ze zegt als ze een praatje maakt met de bezoekers van het wijkontmoetingscentrum.
Ze stonden best even te kijken, de vrijwilligers en bezoekers van de welzijnsorganisatie Zorgdat. Hoewel het wijkontmoetingscentrum in een multiculturele wijk staat, krijgt men niet elke dag een bakje koffie geserveerd door een gesluierde vrouw. Sinds de zomer werkt Amina er, een jonge Somalische vrouw die drie jaar geleden naar Nederland vluchtte.
,,We werken veel met vrijwilligers”, vertelt Sandra van Huffelen. ,,Vanuit het project De Verschilmakers van het Oranjefonds was er subsidie om vrijwilligerswerk onder jongeren te stimuleren, óók met een migratieachtergrond.” Sandra heeft een wijkontmoetingscentrum onder haar hoede, met koffieochtenden, activiteiten en een bieb. Er werken twintig vrijwilligers.
Ook jongeren vanuit de zogenaamde ‘Z-route’ moeten mee kunnen doen. Zij volgen een inburgeringstraject, omdat ze in hun land van herkomst de kans niet hebben gekregen voldoende onderwijs te volgen, bijvoorbeeld door oorlog of doordat vrouwen worden uitgesloten van het onderwijssysteem.
Een andere jongere die de Z-route volgt is de Syrische Bashar. Jan is zijn begeleider vanuit VluchtelingenWerk. ,,Toen ik Bashar vroeg wat hij graag wilde doen, zei hij ‘alles, het maakt niet uit’”, vertelt Jan. ,,Maar je wil natuurlijk dat het een duurzame samenwerking is tussen hemzelf en het bedrijf, dus ik vind het belangrijk om te kijken waar hij echt op zijn plek zal zijn.” Sinds kort is Bashar aan de slag bij de Rietmeen ontmoetingstuin in Harderwijk. ,,We gingen er langs en hij werd meteen opgenomen in de klusgroep. Dat was precies wat hij graag wilde: méédoen. Hij heeft het er naar zijn zin.”
Het is echt een verrijking voor de organisatie en voor de nieuwkomer, zegt Sandra. ,,Het is een hele mooie ervaring voor iedereen. Het geeft de jongeren structuur in hun week, ze leren de Nederlandse cultuur beter kennen, ze kunnen de taal verder oefenen en ze leren nieuwe mensen kennen. Ik denk dat het Amina’s eigenwaarde een boost heeft gegeven, ik zie haar echt opbloeien.”
(door: Charlotte van der Gaag, artikel Harderwijker Courant)